• notes

    Werken aan een verfijning van het systeem vanuit de gedachte dat je dan je werk beter zult kunnen doen.

    Secondair zijn: onthouden wat je ervaart

    Primair reageren: zonder reflectie

    Ideaal: een onmiddelijke secondaire reactie. De combinatie van beide. Spontaniteit in zen.

    08-02-2014
  • notes
    Tags: 

    Celine: na 1,5 jaar weer haast. Ongeduld, de dingen willen op haar manier.

    Je zou elke dag een nieuw begin moeten kunnen maken, ook al ga je door met de dingen waar je gisteren ook mee bezig was. Naarmate je ergens langer bent wordt dat moeilijker. je kent de organistatie steeds beter, je weet hoe de hazen lopen, je vormt je beelden van hoe mensen reageren (die zal wel weer te laat leveren...) en maakt je daar al bij voorbaat druk om. Dit is allemaal niet anders dan toen je begon. De mensen, de organistatie, ze zijn niet veranderd. Jij wel. De frisheid en de openheid van het begin is minder geworden. En daarmee je welwillendheid.

    08-02-2014
  • notes – mindfultimes

    Vandaag de tab 'vervolg' verder uitgewerkt. Als je de taak inpland voor de volgende dag, dan staat er een groen vinkje. Dat er ook blijft staan als je de taak daar weer verwijderd. Het vinkje zegt alleen maar dat je de taak op een zeker moment hebt ingepland. Niet dat je daarna niet van mening bent veranderd.

    Het is alleen een hulpmiddel om de taak voor nu af te ronden. Het gaat er niet zozeer om om precies te weten waar welke activiteiten staan.

    Je kunt alleen opnieuw beginnen, als je hebt afgerond. Een beginnersmind vraagt dat je werk dat je begint ook steeds weer afrondt. En dat je je verwachtingen de juiste kant opstuurt. Als een collega altijd in de weerstand zit, dan ga je daar op zeker moment op anticiperen. En je er druk om maken voordat er concrete aanleiding toe is. Je hebt een resultaat voor ogen en je weet nu al dat dat een moeizame weg wordt. Je verleist je geduld met je collega. Je wilt er al zijn. Je krijgt haast.

    08-02-2014
  • de dag afronden

    Als klein ritueeltje  elke dag, de dag afsluiten. Door van alle taken op die dag de status te wijzigen in hetzij voltooid, uitgesteld, voltooid na uitstel of vervallen. Met bij 'uitgesteld' de passende handeling van inplannen of op het lijstje zetten.

    De applicatie moet het sturen, maar niet te gemakkelijk maken. Dus geen bulk bewerkingen, maar taak voor taak voor die dag afronden. De afrondingsbewerkingen worden bijgehouden in een post-meta variabele. Een soort log: ingepland voor 07-02-2014. Dat log zegt niets over of de activiteit nog steeds op die dag staat ingepland. Het kan zijn dat het later verwijderd, of hernoemd is. Het log met waarschijnlijk meestal niet meer dan 1 item kan getoond worden, waarbij de datum een link kan zijn naar de betreffende dag.

    06-02-2014
  • uitstelgedrag

    Uitstelgedrag:

    • heeft betrekking op dingen waarvan je bewust of onbewustgelooft dat je ze moet of wilt doen
    • leidt tot een gevoel van ontevredenheid met jezelf

    Je kunt heel hard werken en allerlei dingen doen en initieren die goed zijn om te doen, die ook gedaan moeten worden en die je op een f andere wijze ook wel verder helpen, terwijl je och an het einde van de dag een gevoel van onvrede hebt.

    Mij gaat het om de vraag hoe je dat gevoel van onvrede, die sluimerende last, het bezwaarde gemoed kunt voorkomen.

    Het verschil tussen uitzoeken wat je gedaan hebt waardoor je je nu voelt zoals je je voelt en je afvragen wat je nu kunt doen zodat je je later niet ongemakkelijk voelt. Het verschil tussen het heden zien als het gevolg van het verleden en het heden als de oorzaak van de toekomst.

    06-02-2014
  • leegte
    Tags: 

    Stel dat het besef van leegte centraal zou staan in je leven. Wat zou er dan anders zijn?

    Hoe kun je dat oefenen? Neem een terugkerende handeling of activiteit. Vraag je af wanneer die begint en waneer die eindigt. Bijvoorbeeld zitten. Wanneer begint het zitten en wanneer eindigt het? Als je op je timer drukt en de tijd begint te lopen. Dat is een uitstekend antwoord. Maar als je de timer aanzet, dan zit je toch al? Dus het zitten begint als je op de mat gaat zitten. Maar die moet je eerst klaar leggen. Daarvoor moet je de kamer binnengaan, van je werk thuiskomen, 's ochtends naar je werk gaan. Net zo zeer als dat je kunt zeggen dat het zitten begint als je de tijd op de timer begint te lopen kun je zeggen dat er geen moment is waarop het zitten begint. En geen moment waarop het zitten eindigt.

    Ik-gevoel

    Waarom is het ik-gevoel zo sterk? In zen wordt niet zo gekeken naar het waarom. Er wordt geobserveerd dat dat zo is, en wat de gevolgen daarvan zijn. Dan wordt er gezocht naar manier om dat te veranderen om de gevolgen te vermijden.

     

    05-02-2014
  • We willen alles
    Tags: 

    We willen alles. Daarom zijn we nooit tevreden. Want wat we ook verkrijgen, het is nooit alles. En onze aandacht blijft uitgaan naar wat we niet hebben.

    Daarom trekken we ons kritiek meer aan dan complimenten. Want kritiek wijst ons op wat we niet hebben: kennis of vaardigheden, waardering en erkenning.

    Soms weten we niet waar te beginnen, maar de grootste uitdaging ligt in weten waar te eindigen: dit is het en zo is het goed. Eindigen is nu tevreden zijn.  In de wetenschap dat we steeds weer opnieuw beginnen.  Er is niet ergens een bepaald en definitief eindpunt. Daarom kan elk moment een eindpunt zijn. En een beginpunt. De vraag is: kunnen we dat ook zo zien? Hebben we het vermogen om te eindigen als het goed is om te eindigen en te beginnen als het goed is om te beginnen? Kun je aan het einde van elke werkdag het gevoel hebben dat je klaar bent? Of draag je voortdurend de last dat er nog zoveel gedaan moet worden?

    Er moet altijd zoveel gedaan worden. Dat houdt nooit op. En wat er gedaan moet worden, verandert, neemt toe en blijft voor ons uit lopen.  Onze gedachten daarover reflecteren dieperliggende verlangens. Het ligt nu eenmaal in onze aard om te verlangen en te wensen. Dat houdt ons ook gaande. Dat is niet alleen maar negatief.

    04-02-2014
  • notes

    Soms ben je de hele dag druk met van alles en doodmoe aan het eind van de dag met het gevoel dat je geen stap verder bent. En soms heb je gevoel dat je behoorlijk bent opgeschoten, terwijl je nog amper een halve dag aan het werk bent. Een gevoel dat de tweede helft van de dag weer geheel kan omdraaien.

    Het aantal uren dat je maakt is niet bepalend. Wat je doet ook niet. Wel hoe je het ziet.

    04-02-2014
  • notes

    De angst dat ik iets over het hoofd zie. Oplossing: even de tijd nemen om op een rijtje te zetten wat er moet gebeuren. Waarom doe ik dat niet? Omdat ik het gevoel heb dat ik niet voldoende tijd heb om het allemaal op tijd af te hebben. Of: omdat dan zal blijken dat ik niet voldoende tijd heb. geen tijd verliezen door op een rijtje te krijgen wat ik moet doen. Als vanzelf gaan mijn gedachten toch weer in de richting van timemanagement.

    Even terug naar het begin. Ik bespeur een haastig gevoel. De oorzaak van dat gevoel is niet dat ik geen helder zicht heb op wat ik moet doen. Dat is er het gevolg van. De oorzaak is de onzekerheid of alle nieuwe cursisten wel zullen komen, ergo of er wel voldoende inkomen zal zijn. Of het levensvatbaar zal blijken, of ik dit wel kan. En dat is een onzekerheid die door niets kan worden weggenomen. Geen analyse, geen feit, geen belofte, niets. Niets wat ik zou kunnen doen.

    Uitspitten wat je moet doen, lijstjes maken, categoriseren, sytematiseren van je taken kan een vorm van uitstelgedrag zijn. Tegelijkertijd kan het nalaten van het helder krijgen van wat je moet doen een soort van zelf-sabotage zijn.

    Wat is de intentie waarmee je iets doet, of juist laat? Ik wil zo snel mogelijk en zo duidelijk mogelijk bewijzen dat ik het kan. Ik zoek de korste weg die er niet is. Ik ga andere dingen uitstellen omdat me die op zijn best een enorme omweg schijnen. Maar ik wil mijn angst en onzekerheid ook niet onder ogen komen.

    02-02-2014
  • Notes

    Uitstelgedrag is afgeleid worden. Uitstelgedrag kan de vorm aannemen  van staan dralen en vertwijfeld niets doen, maar veel vaker drukt het zich uit in gedreven iets anders doen. Achter elkaar allerlei niet zo belangrijke klusjes doen, bIjvoorbeeld. Goed dat ze gedaan worden, daar niet van. Of juist fanatiek werken aan een nieuw project of nieuwe plannen maken.

    Ondertussen gaar wat uitgesteld wordt steeds meer drukken. Daar hoef je je niets een s zo bewust van te zijn. Het kan zelfs zijn dat je je met een nog grotere verbetenheid stort op de nieuwe plannen.

    Wat is de intentie van wat ik doe? Natuurlijk is het goed om vooruit te denken, nieuwe plannen te maken en te blijven ontwikkelen. Maar waarom nu, precies op dit moment? En waarom met die intensiteit? Zoals vaak rechtvaardigt onze rationaliteit onze emoties en verhult daarmee hun oorsprong.

    Rationaliseringen:

    • Ik heb het verdiend
    • Je moet ook af en toe mild zijn voor jezelf
    • Als dit succesvol is, dan hoef ik dat helemaal niet te doen
    • Dit houdt me af van wat echt belangrijk is

    Verhulde emoties:

    • Angst dat het resultaat niet aan je verwachtingen voldoet
    • Verwarring
    • Het geovel dat je het niet (aan)kunt
    • Het gevoel dat je voor een onmogelijke taak staat
    • Je staat er niet achter, je bent het er niet mee eens in ethische of praktische zin

    Het is belangrijk om je bewust te zijn of wat je nu doet of wilt doen een vorm van afleiding is, of niet. Je denkt misschien dat afleiding betekent dat je iets doet terwijl je aandacht er noet helemaal bij is, of dat je niets doet. Maar afleiding kan ook zijn: iets anders doen. Het is de intentie van wat je doet, de onderliggende emotie die bepaalt of je aan het uitstellen bent of niet.

    Over het algemen weten we best goed wat er gedaan moet worden. Een project analyse en daarop gebaseerde taak planning kan dat misschien expliciet en soms nog helderder maken. Maar uitstelgedrag komt niet voort uit niet weten wat we moeten doen. Sterker, uitstelgedrag veronderstelt juist dat we dat op een of andere manier wel weten. Anders zou er ook niets zijn wat uitgesteld wordt.

    Weten wat je moet doen betekent niet dat je dat dan ook doet.

     

     

     

     

     

    31-01-2014
  • notes

    De drang om iets nieuws te ontwikkelen als uitstelgedrag.

    Ik zat tegenover een leerling aan het begin van een prive-les. Ik dacht aan de administratie en dat ik daar al bijna mee klaar was. Het was niet gelukt om het vanochtend af te maken omdat het papier af was. Ik voelde een drang om het af te maken. Kon ik daar maar vast mee verder gaan. Het voelde alsof ik dat moment zelf, de prive les die ik op het punt stond te beginnen, of ik dat wilde uitstellen. Het verlangen om iets niet te hoeven doen, om ergens niet te willen zijn verhuld als verlangen om iets anders te willen doen, ergens anders te willen zijn.

    Uitstel gedrag veronderstelt dat je ergens wel wilt doen, alleen niet nu, dat je wel vindt dat het gedaan moet worden.

    30-01-2014
  • notes
    Tags: 

    Uitstelgedrag: foto's plaatsen op de site van Zutphen. Misschien meer werk dan ik er aan wil besteden. Er zijn een aantal andere wijzigingen binnengekomen, waaronder een van Rients met spoed. Kom ik wel aan mijn andere werk toe. Ik heb er geen zin in.

    28-01-2014
  • notes
    Tags: 

    Hoe langer iets blijft liggen, hoe moeilijker ik het vind om me er toe te zetten. Hoe komt dat? Ik voldoe niet aan een norm. Het gaat er vooral om hoe ik zou willen dat anderen mij zien. Het beeld van mij in de ogen van een ander.

    21-01-2014
  • notes
    Tags: 

    Ik wil Mindfultimes niet openen. Ik bespeur een drang om niet te zien wat er gedaan moet worden.

    Gisteren heb ik niets gedaan. De wijzigingen voor Limburg hadden al gedaan moeten zijn. Gisteren had i kde tijd om in te halen. Heb ik niet gedaan. Ik voel weerzin om daar nu aan te beginnen. Het had al gedaan moeten zijn!

    De ochtend lukte het niet goed om de emwave in het groen te krijgen. Nu ik druk bezig ben mailtjes te  beantwoorden, waaronder annuleringen (!), gaat dat opeens veel beter.

    20-01-2014